WvH Website
inform.
Jaargang 1954 No.22 D E W E R E L D V A N H E D E N door Mr Drs A. Börger 1 April ----------------------------------------------- De ontmoeting tussen Tsjou En Lai en Dulles die binnenkort zal plaats vinden, wordt van Amerikaanse zijde grondig voorbereid met ont- zettend veel lawaai en geschreeuw. Washington gedraagt zich alsof China de we- reldvrede bedreigt; alsof het de Koreaanse oor- log begonnen is; alsof het in Indo-China inter- vernieert. H-bom explosies dienen om dit geschetter achtergrond te verlenen. Verder eist men daar- ginds, dat heel de "vrije wereld" Eisenhower volmacht zal geven om, als het hem goeddunkt, op de knop te drukken en onze beschaving, als- ook die van elk ander werelddeel, dat hem goed- dunkt, in de lucht te doen vliegen. Desalniettemin zijn wij overtuigd, dat de Chinese regering niet in het minst geïntimi- deerd wordt door al dit spektakel, al zijn er uitlatingen in de verschillende redevoeringen van Dulles, die men hem in Peking zwaar zal aanrekenen. Zo o.a. wat hij zei over Tsjang Kai Tsjek en Formosa, dat hij het andere China noem- de en bovendien het China der vrije Chinezen. Het is ondenkbaar, dat Dulles niet weet, hoezeer Tsjang Formosa heeft geruïneerd en er de vrijheid heeft gesmoord in bloed, zoals hij overal deed waar hij de macht in handen had. Met diplomatie heeft de onwaarachtigheid van de Amerikaanse minister niets meer te maken; hij kan geen andere beweeggrond hebben dan op te hitsen tegen het régime van Mao Tsze Doeng, dat geen communistische politiek voert. Dit ophitsen hoort thuis in stelsels als 2. van Hitler. Als Dulles in staat zou zijn enigszins his- torisch te denken, zou hij tot het inzicht ko- men, dat ook Amerika zijn revolutie gehad heeft, welke destijds even "hemeltergend" was voor de gevestigde machten als die van China in onze tijd. Maar ook al zou men Dulles hierop wijzen, dan nog zou hij volharden in zijn houding van kwaadwilligheid en onrechtvaardigheid, omdat hij in de grond der zaak uit hetzelfde hout gesneden is als MacCarthy. Wat men in Washington ook zegt en doet, on- vermijdelijk is het, dat Dulles aan een tafel moet plaats nemen met Tsjou En Lai, omtrent wie hij te Berlijn nog herhaaldelijk vroeg: "Wie is toch die Tsjou En Lai ?" Hij zal nu binnenkort het antwoord op zijn vraag ontvangen en constateren, dat met grote woorden de realiteit niet ongedaan gemaakt wordt. Tsjou En Lai is hem niet gunstig gezind en zich volkomen bewust van de grote macht, die hij vertegenwoordigt. En hij zal er niet alleen zijn, want ook Molotov neemt deel aan de confe- rentie. Tevergeefs heeft men in het Westen telkens opnieuw gespeculeerd op onenigheden tussen Pe- king en Moskou. Zij trokken één lijn in de in- ternationale politiek en hun samenwerking kan door het optreden van Dulles slechts versterkt worden. Hoezeer het geschetter van Dulles een be- wijs is van gevoel van onzekerheid, blijkt uit het bericht, dat de lijst van goederen, waar- van uitvoer naar het communistische blok ver- boden is, aanzienlijk is verkleind door Enge- 3. land, Frankrijk en Amerika, omdat Churchill dit eiste en de samenwerking in de "Vrije We- reld" anders geschaad zou worden. Wij vermoeden bovendien, dat Churchill niet direct accoord zal gaan met de door Eisenhower gevraagde volmacht om de wereld in de lucht te laten vliegen. De Britse premier heeft nooit van enig hysterisch symptoom doen blijken, waartegenover de hysterie in Amerika een epi- demie schijnt te worden. Het zag er voor de U.S.A. zo aardig uit in het Verre Oosten wat Pakistan betreft, dat een nieuwe schakel beloofde te worden in de keten waarin Amerika China en zodoende Azië en de S.U. hoopte te boeien en te onderwerpen. Maar nu blijkt, dat Pakistan niet zo volbloed pro- Amerikaans is als de regering voorgaf en zich liever op India oriënteert. Verwonderlijk is dit niet, want Azië heeft in het algemeen weinig sympathie voor Amerika; integendeel overweegt de antipathie, die dik- wijls opvlamt tot haat. Door met de U.S.A. samen te gaan zou Pakis- tan verraad plegen aan de geest van Azië en het stemt tot vreugde, dat men zich daarginds terdege bezint op zichzelf en het eigen wezen. De Amerikanen zijn voor elk Aziatisch land de slechtste bondgenoten, die denkbaar zijn, om- dat zij voor niets ter wereld eerbied hebben en zich blind staren op hun volmaaktheid, waarvan verder niemand ter wereld overtuigd is, behalve misschien onze regering. Het is een droevige vertoning, die Den Haag ten beste geeft. Geen sprake is er van een principieel Europese politiek, waarbij dus in de eerste plaats met de Europese naties re- 4. kening gehouden wordt, ofschoon er druk gepraat wordt over Europese integratie, groot en klein Europa en wat daarbij hoort. Den Haag kijkt naar en buigt voor Washington. Het grote bezwaar hiertegen is, dat het zo- doende een overwegend pro-Duitse politiek voert in de zin van Adenauer-politiek, welke niet slechts anti-communistisch, naar ook anti-Euro- pees is, omdat Duitsland onder Adenauer naar hegemonie in Europa moet streven. Een mens doet wat hij is en het feit, dat Adenauer zich om- ringt met ex-Nazi's wijst voldoende in de rich- ting, dat het nationaal-socialistische ideaal van een verenigd Europa onder Duits gezag hem juist voorkomt. Met grote hardnekkigheid streeft hij boven- dien naar de herleving van het Duitse militai- risme en ieder, die even nadenkt, weet wat dit betekent voor een Duitsland, dat noch in het Westen, noch in het Oosten tevreden is met zijn grenzen. Dat Amerika dit niet inziet spreekt vanzelf; het verkeert nog in de fase van de krachtpat- ser, die niet veel inzicht heeft, maar desal- niettemin de zaken wel eens zal opknappen. Maar in Den Haag dient men beter te weten en dienovereenkomstig te handelen. Juist omdat wij politiek niets meer in de melk te brokken hebben, zouden wij subtiel te werk moeten gaan en trachten onze geestelijke superioriteit (t.a.v. Amerika) te doen gelden. Nu maken wij ons hoe langer hoe meer tot een verlengstukje van Amerika met als gevolg weliswaar dat Washington applaudisseert, maar de overige landen gereserveerd toekijken. Dat de S.U. protesteerde spreekt vanzelf, alsook dat wij het protest naast ons neerleg- 5. gen, maar zou het niet beter zijn als wij pro- beerden - heel bescheiden natuurlijk - bemid- delingsdiensten te verlenen ? Wat verwacht men in Den Haag eigenlijk van de scherpslijperij, waaraan daar zo ijverig gewerkt wordt ? Het zou zo belangrijk zijn, wanneer wij de taak op ons zouden nemen de tegenstellingen te verzachten. Meedoen aan machtsvertoon is voor ons land alleen maar belachelijk, al doen de Amerikanen alsof wij daardoor erg groot en flink zijn; het is hun immers alleen maar te doen om vliegvel- den voor hun atoombommenwerpers; verder interes- seren wij hen niet in het minst. Er was de laatste weken veel rumoer rondom MacCarthy, die zwijgzaam geworden is, al gelo- ven wij niet, dat hij stil zit. De protestant- se kerken in Amerika hebben in hem een aanlei- ding gevonden om de r.k. kerk aan te vallen, wat van roomse zijde tot ernstige verwijten ge- voerd heeft. MacCarthy is rooms, evenals Adenauer en evenals de voornaamste nazi-leiders van roomsen huize stamden. Een dergelijk verschijnsel is niet zonder meer te verwaarlozen. De r.k. kerk is in gewetenskwesties dictatoriaal; haar leden blijven levenslang onmondig. Elke roomse, die eerlijk is, zal dit moeten toegeven. Ook heeft deze kerk zich gedurende haar ge- hele geschiedenis met de politiek bemoeid en iedereen weet dat zij thans uitdrukkelijk aan de zijde der anti-communisten staat en bij ver- kiezingen zelf gewetensdwang uitoefent, waar- door zij het beginsel der westerse democratie aantast. Dat de roomsen dit alles aanvaarden en zich 6. dus daarbij op hun gemak gevoelen, verraadt een bepaalde mentaliteit, die in een geval als van MacCarthy, Hitler, Goebbels enz. tot zeer ge- vaarlijke consequenties kan voeren, zodra der- gelijke bezetenen zich in een politieke situ- atie bevinden, waarin zij hun kans krijgen. Wij moeten dit niet onderschatten. De r.k. kerk is nog steeds een centrum van middeleeuws volstrekt gezag, dat blinde gehoor- zaamheid eist, en inzoverre een gevaar voor de vrijwording der massa's, die toch reeds een grote angst hebben voor de vrijheid, omdat deze impliceert, dat zij verantwoordelijkheid aan- vaarden, waarvoor zij nog niet rijp zijn. Het is een volkomen verkeerde gedachtengang, wanneer gezegd wordt, dat zij dus gezag nodig hebben. Absoluut gezag is uit den boze. Nodig is slechts, dat leiding gegeven wordt, dat opge- voed wordt tot zelfverantwoordelijkheid. De protestantse kerken staan principieel op het standpunt der persoonlijke verantwoorde- lijkheid voor het eigen geweten. Daarom hebben zij het recht de roomse te critiseren en erop te wijzen, dat het haar standpunt en leer is, die mensen als MacCarthy ontslaat van hun be- sef van verantwoordelijkheid voor het eigen geweten. Een man als MacCarthy heeft nooit geleerd naar zijn eigen geweten te luisteren, zodat hij ook geen eigen geweten heeft ontwikkeld, want dit is slechts mogelijk door de samen- spraak tussen onszelf en het ethische begin- sel in ons, dat echter als beginsel nog on- ontwikkeld is en ontwikkeling behoeft. 7. Een wereld van angst en gebrek. In het Atlantic Charter stipuleerden Roose- velt en Churchill o.m. als doeleinde, dat de wereld zou zijn vrij van angst en van gebrek, maar zowel het een als het ander is in over- vloed aanwezig, waaruit blijkt, dat hun grote bedoelingen niet verwezenlijkt zijn. Nu verdient het opmerking, dat de formule- ring "een wereld vrij van angst en gebrek" negatief is, en dat de beide mannen nalieten, de middelen aan te wijzen ter bereiking van hun doel. Het verslaan van de fascistische en nazis- tische dictators was voorlopig alleen maar een negatieve daad, die bovendien gericht was tegen bepaalde staten, n.l. Duitsland, Italië en Japan, maar niet tegen het fascisme en na- zisme als ideologieën. Om deze te bestrijden, is nodig, dat men uitgaande van de leer, aan-' toont, dat deze onhoudbaar is. Vervolgens dient dan uit de historische ontwikkeling van het betreffende volk, inclu- sief de fascistische of nazistische fase, de practische conclusie getrokken te worden om- trent het staatsbestel, dat voor het volk ge- schikt is. Zo deed Mao Tsze Doeng ten aanzien van China, maar zo deden de overwinnaars in de tweede we- reldoorlog niet t.a.v. Duitsland, Italië en Ja- pan. Integendeel maakten zij dezelfde fout als na de eerste wereldoorlog door de overwonnenen hun eigen politieke systeem op te dringen, het- geen in Duitsland tot Hitler leidde. Nu herhaalt de geschiedenis zich weliswaar altijd, maar nooit op dezelfde wijze en dus is 8. er thans geen nieuwe Hitler te verwachten. Het oude nazisme zoekt en wurmt om iets te bereiken wat er op lijkt, maar dit is tot mis- lukking gedoemd, omdat er geen weg terug is, al geloven velen erin. Men denke slechts aan Metternich en zijn Heilige Alliantie. Maar zolang grote volkeren, zoals het Duit- se, hun eigen vorm niet gevonden hebben en dus niet tot nationaal-zelfbewustzijn komen, blij- ven zij haarden van onrust en verwekkers van angst, vooral wanneer zij een verleden hebben als onze Oostelijke buren. En hetzelfde geldt voor die volkeren, die wel hun eigen vorm vonden, maar wier vorm niet erkend wordt, zoals het geval is met China. Terwijl men Duitsland met alle geweld wil persen in een kader, waarin het niet past, wordt China uitgesloten buiten het kader, waar- in het thuishoort - de Verenigde Naties. Is het dan verwonderlijk, dat de wereld vervuld is van angst en van oorlogsvoorberei- ding, welke laatste het gebrek doet voortdu- ren, Het is zeker niet de bedoeling geweest van Franklin D. Roosevelt, dat de zaken zo zouden lopen. Wij weten, dat hij het fascisme wilde uitroeien, ook in Spanje, en dat hij vrede en vriendschap wilde met de Sovjet-Unie. Wij we- ten, dat de achterdochtige Stalin vertrouwen in hem stelde, maar ook dat de Amerikaanse re- gering na Roosevelts dood alles op alles gezet heeft om het vertrouwen van Stalin tot op de bodem te vernietigen. Is het dan vreemd, dat angst en gebrek we- lig tieren in de wereld en dat de vrijheid 9. meer en meer in het gedrang komt ? En niet slechts de negatieve vrijheid, waarover wij in het vorige spraken, maar evenzeer de positieve, welke o.m. inhoudt, dat de volwassen mens al- leen zelf de beschikking heeft over eigen lijf en leven. Tegen dit beginsel zondigt de militaire dienstplicht, waarin over lijf en leven van miljoenen minderjarigen, die geen stem in het kapittel hebben, beschikt wordt, al leven zij in een z.g. democratische staat. Al deze minderjarigen worden als lijfeigenen behandeld, als zaken zonder eigen wil. Wanneer de legers uit meerderjarige vrijwil- ligers bestonden, zouden de zaken anders liggen. Thans past alleen het woord lijfeigenschap en dit niet slechts ten aanzien van degenen, die nog niet meerderjarig zijn overeenkomstig de bepalingen van het B.W., maar evenzeer t.a. v. de politieke minderjarigen, die de stemge- rechtigde leeftijd nog niet bereikt hebben. Over al dezen wordt beschikt: "bij U, over U, zonder U". De vrijheid heeft haar realiteit slechts in vrije mensen en zij wordt niet bevestigd door de mensen hun vrijheid te ontnemen, wat overi- gens niet slechts geschiedt in en door het mi- litaire apparaat, maar door elke bureaucratie op welk terrein des levens ook. Wij schreven hierover reeds in een vorig nummer. Wanneer thans in het bedrijfsleven zoveel te doen is over "de menselijke factor", dan we- ten wij, dat veel van wat daar gebeurt nog lap- werk en vervalsing is, maar dit neemt niet weg, dat het begin er is, en wij zouden gaarne zien, dat ook buiten het bedrijfsleven en los van het 10. vraagstuk der efficiency de menselijke factor in het geding gebracht werd. Voorwaarde hiertoe is, dat het militairisme verdwijnt, omdat dit niet elders zijn kan dan dictatoriaal en dus een burcht van onvrijheid en zodoende van onmenselijkheid en onrecht. Het leger is een slechte leerschool voor een wereld, die streeft naar bevrijding van angst en gebrek. Het is resultaat van angst en tevens middel om angst aan te jagen; het verslindt onmetelij- ke rijkdommen, waardoor het onmogelijk wordt de hongerigen te voeden, de honderden millioe- nen hongerende in de wereld; en van mensen, wil het niet weten, het element mens is er vervangen door de eenheid, die ingezet wordt. Wij leven in een tijd van inzinking en gees- telijk verval; vandaar dat het militairisme zich zo breed kan maken; dat er zoveel angst is en dat wij het gebrek laten voortbestaan, ofschoon wij het zouden kunnen lenigen. En de overmatige invloed van het leger is daarom zo bedenkelijk, omdat nergens een militair genie is, dat de wereld voorwaarts zou kunnen stoten, zoals Alexander, Caesar en Napoleon gedaan heb- ben. Een zodanig genie is slechts mogelijk in een tijd, waarin een ontwikkelingsperiode is afgesloten en een nieuwe geboren staat te wor- den; het genie bewerkstelligt dan de geboorte. Met het keizerrijk begon het verval van het Romeinse rijk; Caesar kondigde het keizerrijk aan, maar brak tevens de West-Europese wereld open, waardoor een nieuwe cultuurperiode kon inzetten. Napoleon stond aan het begin van het verval 11. van Europa - de verzakelijking der westerse wereld - maar kondigde tevens de stelling aan, dat Europa een eenheid worden moest en dat het militairisme zijn tijd gehad had. Hij wilde nl. afschaffing van alle legers en de verdeling der wereld onder de Tszar aller Russen en de keizer der Fransen (lees: van Europa). Verder waarschuwde hij de Europeanen voor het materialisme van Amerika, dat hij als een gevaar zag voor onze cultuur. Door zijn oorlog tegen Rusland haalde hij de Russen over Europa en leerde hen daardoor de waarde kennen der westerse denkbeelden, wel- ke zij sinds Peter de Grote vergeten waren. Ten tijde van Peter was Europa trouwens nog niet tot volle wasdom gekomen. Met Napoleons tocht naar Rusland tenslotte werd de ondergang van het Tszarisme ingeluid. Het besef, dat Europa een eenheid worden moet, begint thans door te dringen, terwijl het militairisme bezig is zichzelf af te schaffen door de verschikkelijke vernietigingsmiddelen, waarover het in steeds toenemende mate beschikt. Telkens worden nieuwe mededelingen gedaan over over nieuwe uitroeimiddelen, welke de militai- ren ten dienste gesteld worden - door het in- tellect, dat dusdoende verraad pleegt aan zich~ zelf. Thans bericht Amerika, dat het de beschik- king heeft over een reukeloos, kleurloos en smakeloos gas, dat alle leven vernietigt bin- nen vier minuten. Hoe moet een mensheid, die weet in haar ge- heel daaraan te zijn blootgesteld - want ook de tegenpartij beschikt over dergelijke midde- len - anders reageren dan door steeds ang- 12. stiger te worden, terwijl er bovendien ook nog een andere reactie is, nl. het nuchtere in- zicht, dat het militairisme ophoudt militai- risme te zijn, doordat het bezig is totale mensenmoord te worden, wat nimmer zijn doel was, want dit was nooit om gehele volkeren uit te roeien en de mensheid te verdelgen. Zelfs krijgsoversten als Dzjengis Khan en Atilla had- den op hun barbaarse wijze positieve doelstel- lingen. Het hedendaagse militairisme kan dergelijke voorstellingen niet hebben, omdat het ze door zijn vernietigende strekking zelf opheft. Het kan slechts levensgevaarlijke woestenijen scheppen. Het intellect moge - voorzoverre het zich op het uitdenken van dergelijke vernietigings- middelen toelegt - verraad plegen aan zich- zelf, toch is niet te verwachten, dat de gehele mensheid krankzinnig wordt en de leiding van vorenbedoeld intellect aanvaardt. Tenslotte verdient het opmerking, dat het militairisme elk onderscheid tussen soldaat en burger uitwist voorzoverre het gaat om het ver- nietigen van levens. Dit was in hoge mate het geval in de laatste wereldoorlog en Korea, maar bij de modernste middelen ontbreekt elke contrô- le op de werkingssfeer; zij werken nl. in den blinde en volkomen onberekenbaar. Aan de zijde van Europa en de Sovjet-Unie is goede wil aanwezig. Langzaam maar zeker zal de- ze ook opkomen bij de Amerikanen, omdat ook daar mensen zijn van goeden wille en mensen, die zich om de mensheid bekommeren. Er is geen reden om te vertwijfelen. Wij hebben slechts uithoudingsvermogen nodig en de moed om kritiek te oefenen; meer niet. ---
WvH