Terug


                 

Uit Wikipedia:

Colijn nam deel aan de Atjeh- en Lombokoorlog, koloniale oorlogen waarbij veel burgerslachtoffers vielen. Zelf was hij als officier ook bij de over en weer gepleegde wreedheden betrokken, zoals blijkt uit een lang na zijn dood gepubliceerde brief:

"Ik heb er een vrouw gezien die, met een kind van ongeveer 1/2 jaar op den linkerarm, en een lange lans in de rechterhand op ons aanstormde. Een kogel van ons doodde moeder en kind. We mochten toen geen genade meer geven. Ik heb 9 vrouwen en 3 kinderen, die genade vroegen, op een hoop moeten zetten, en zo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar 't kon niet anders. De soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten. 't Was een verschrikkelijk werk."

In 1894 nam Colijn deel aan de Lombokexpeditie, waarvoor hij de Militaire Willemsorde vierde klasse ontving. Om financiële redenen meldde hij zich in 1895 voor dienst in Atjeh, waar men zijn bestuurscapaciteiten onderkende: sedert 1897 werd hij belast met bestuurszaken in enkele delen van Atjeh. Dat betekende overigens niet dat Colijn wegbleef van het eigenlijke slagveld; hij nam deel aan menige expeditie en ontving daarvoor de eresabel voor betoonde dapperheid, waarna hij in 1901 wegens bijzondere verdiensten tot kapitein werd bevorderd.

Voor zijn optreden in Nederlands-Indië ontving hij in augustus 1895 de Militaire Willemsorde.

Terug